medische termen

Een delirium is een psycho-organische stoornis. De oorzaak is meestal lichamelijk (het disfunctioneren van de hersenen), maar de verschijnselen zijn psychisch. Deze uiten zich door verwarring, cognitieve problemen of door aandachtsstoornissen. De symptomen ontwikkelen zich in een korte periode en fluctueren in sterkte. Naast aandachts- en concentratieproblemen kunnen ook, waanideeën en hallucinaties optreden. Een delirium komt vaker voor bij ouderen. Ook mensen met dementie zijn gevoeliger voor het ontwikkelen van een delirium. Een delirium kan veroorzaakt worden door een lichamelijke aandoening zoals een infectie, bijwerkingen van bepaalde medicijnen of ontwenningsverschijnselen. Verder kan een delirium zich voordoen na een operatie of tijdens de terminale fase van ziekten als kanker en aids. Een hallucinatie is een zintuiglijke waarneming, die als werkelijkheid wordt ervaren door degene die hallucineert, maar die niettemin niet overeenkomt met wat er in de realiteit gebeurt. Medicijnen, bijvoorbeeld antipsychotica als Haldol, kunnen soms helpen om de hallucinaties of wanen onder controle te krijgen.

Een drain is een kunststof buisje, ook wel shunt genoemd, dat in het lichaam wordt gebracht. Een externe drain legt een rechtstreekse verbinding tussen de liquor en een reservoir buiten het lichaam, waardoor het hersenvocht (tijdelijk) kan worden afgevoerd. Met een interne drain wordt een buisje geheel binnen het lichaam geplaatst, waarbij de hersenkamer verbonden wordt met de buikholte of het hart. De interne drain heeft een ventiel, een reservoir en een afvoerend slangetje zodat de liquor wegvloeit in de buikholte of het hart. Het plaatsen van een drain is een betrekkelijk kleine ingreep. Wel kunnen er in het verloop van de tijd problemen met de drain ontstaan. De meest voorkomende complicatie is verstopping van het systeem. Ook kan door hevelwerking teveel liquor worden afgevoerd, wat soms klachten geeft. Vanwege deze complicaties is regelmatige controle van de patiënt met een drain noodzakelijk.

Bij doorbraakpijn gaat het om patiënten met pijn bij kanker, die een continue achtergrond pijn hebben, die goed reageert op langwerkende morfine-achtige middelen, maar die desondanks hevige pijnepisodes beleven van kortere duur.De belangrijkste groep doorbraakpijn is de incidentpijn. Dit zijn pijnen die ontstaan naar aanleiding van een activiteit van de patiënt of van zijn omgeving. De aanleiding kan zijn diep zuchten, hoesten, lopen, draaien in bed, overstappen van bed naar stoel, urineren, flatuleren (winden laten), defaeceren (ontlasting) en slikken. Ook ziet men vaak dat de patiënt vooral pijn heeft tijdens de verzorging.

Een verschijnsel dat bij een hersentumor kan optreden, zijn epileptische aanvallen. Deze aanvallen ontstaan door beschadiging of irritatie van het hersenweefsel, waardoor een soort kortsluiting ontstaat. Een epileptische aanval bij iemand die dat nooit eerder had, is vaak de eerste uiting van een hersentumor. Er kunnen zich verschillende soorten epileptische aanvallen voordoen. Soms is zo’n aanval beperkt tot schokjes in een hand of tot een kortdurende ‘afwezigheid’. Maar de aanval kan ook bestaan uit plotseling vallen en bewusteloos raken, onmiddellijk gevolgd door achtereenvolgens strekken en heftig schokken van armen en benen. Vaak laat iemand dan de urine lopen. Door het ongeremd aanspannen van de kaakspieren kan de patiënt hard op zijn tong bijten, de zogenoemde tongbeet, waardoor deze korte tijd bloedt.

Een hersentumor is een tumor in het hoofd.Voorbeelden van goedaardige tumoren zijn het craniofaryngeoom en het meningeoom; van kwaadaardige het astrocytoom en metastasen van tumoren buiten de schedel. Een astrocytoom is een hersentumor die is ontstaan uit astrocyten, stervormige cellen die als het ware het dragend weefsel van de hersenen vormen. Astrocytomen kunnen worden ingedeeld in:  1.laaggradig astrocytoom 2.anaplastisch astrocytoom 3.glioblastoom. Goedaardige tumoren in andere delen van het lichaam zijn bijna nooit dodelijk, maar hersentumoren die goedaardig zijn (en dus niet uitzaaien of infiltratief in andere weefsels doorgroeien), kunnen dodelijk zijn. Dit komt doordat de groei van de tumor hersenweefsel wegdrukt en de hersenen bekneld raken. Hierdoor houden de hersenen langzamerhand op met functioneren en uiteindelijk overlijdt de patiënt. Een neurochirurg kan trachten de tumor te verwijderen en daarbij proberen zo min mogelijk schade aan te richten aan de hersenen. Als verwijdering van een hersentumor niet geheel door middel van een operatie lukt (bijvoorbeeld omdat het geheel verwijderen te veel schade aan zou richten), kan door middel van bestraling geprobeerd worden de tumor in omvang te verkleinen. Ook wordt tegenwoordig met wisselend succes geprobeerd met chemotherapie de tumor te verkleinen. Kenmerkend voor hersentumoren is dat essentiële levensfuncties uitvallen (doordat tumorweefsel gezond hersenweefsel verdringt). Bijvoorbeeld het signaal dat je laat aanvoelen dat je naar het toilet moet, het spreken, het begrijpen, het zicht of het evenwicht. Een hersentumor kan ook tot mentale retardatie of een persoonlijkheidsverandering leiden. Over het algemeen is een hersentumor in een eerder stadium beter operabel , maar de locatie van de tumor kan een grote rol spelen bij de mogelijkheden om te opereren.

De hersenen nemen het grootste gedeelte van de schedelinhoud in beslag. Om deze relatief zachte hersenen te beschermen tegen de harde schedel, drijven ze in liquor, ook hersenvocht genoemd. Verder is liquor belangrijk voor de afvoer van stoffen. Hersenvocht is een kleurloze heldere vloeistof in de hersenkamers en tussen de hersenvliezen. Het hersenvocht wordt gevormd door gespecialiseerde cellen in de ventrikels en wordt door het bloed afgevoerd. Het hersenvocht beschermt de hersenen en het ruggenmerg tegen schokken. Daarnaast voert het hersenvocht afvalstoffen af en is het behulpzaam bij het handhaven van een goede temperatuur. Er is een voortdurende productie, circulatie en afvoer van liquor. Onder normale omstandigheden is er een evenwicht tussen productie en afvoer. Dat evenwicht kan echter verstoord raken, waardoor er drukverschillen ontstaan.

Een katheter is een soepele, holle slang waardoor urine uit de blaas kan aflopen, waarbij de urine opgevangen wordt in een opvangzak. De katheter blijft vastzitten in de blaas door een klein ballonnetje dat wordt opgeblazen binnenin de blaas.

De mate van kwaadaardigheid van een glioom wordt uitgedrukt in gradaties van de ziekte. De meest gebruikelijke indeling is die in de laaggradige en hooggradige tumoren. Een laaggradig glioom groeit langzaam. Daarom wordt deze wel ‘betrekkelijk goedaardig’ genoemd. Maar in tegenstelling tot een goedaardige tumor ergens anders in het lichaam is een laaggradig glioom niet scherpbegrensd. Het tumorweefsel dringt zich tussen gezond hersenweefsel en is hierdoor vrijwel nooit in zijn geheel operatief te verwijderen. Na verloop van tijd kan de tumor weer aangroeien. Dan wordt gesproken van een recidief tumor. Soms is die dan in de loop van de jaren veranderd in een hooggradiger tumor. Een hooggradig glioom is ook niet scherp begrensd en dringt zich ook tussen gezond hersenweefsel. Het verschil met een laaggradig tumor is dat een hooggradig glioom zich veel kwaadaardiger gedraagt: de groei is snel en ongeremder. Totale verwijdering van de tumor is niet mogelijk en altijd ontstaat nieuwe aangroei. In tegenstelling tot de meest kwaadaardige tumoren die elders in het lichaam voorkomen, zaait een glioom bijna nooit uit naar andere organen.

Bij een lumbaalpunctie (ook wel ruggenprik) wordt voor onderzoek wat van het hersenvocht, het vocht dat om de hersenen en het ruggenmerg zit (de liquor cerebrospinalis), uit het lichaam gehaald. Dit wordt gedaan door met een dunne holle naald van ongeveer 10-15 cm lang tussen de lendewervels door in de liquorruimte te prikken en vervolgens daar wat hersenvocht af te tappen. Meestal worden er meerdere buisjes vocht afgenomen, ieder met enkele druppels voor de verschillende bepalingen.

Neurologie is een medisch specialisme dat zich met name bezig houdt met de diagnostiek en behandeling van ziekten van de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. Een neuroloog heeft te maken met uiteenlopende klachten, zoals hoofdpijn, dubbelzien, tintelingen, uitstralende pijn in het been of de arm, duizeligheid, slaapstoornissen, (aanvallen van) bewustzijnsdaling, geheugen-, taal- en spraakstoornissen, loop- en bewegingsstoornissen, spierzwakte of verlammingsverschijnselen. Ziekten die behandeld worden door een neuroloog zijn o.a. epilepsie, ziekte van Parkinson, dementie, multiple sclerose, nek- of rughernia, spierdystrofie en hersentumoren.

Oncologie is de medische studie en behandeling van kanker. Een arts die zich in de oncologie gespecialiseerd heeft, is een oncoloog of internist. De term komt van het Griekse onkos dat massa of tumor  betekent en het achtervoegsel -logie dat “studie” betekent.

Palliatieve zorg is zorg die gericht is op palliatie, dat wil zeggen verzachting of verlichting. Palliatieve zorg is dus meestal van toepassing als genezing niet (meer) mogelijk is. Binnen de stervensbegeleiding is tegenwoordig veel aandacht voor palliatieve zorg. Bij mensen die ongeneeslijk ziek zijn en in een vergevorderd stadium van hun ziekte, probeert de palliatieve zorg een continue en totale zorg te bereiken die het lijden zoveel mogelijk beperkt en verzacht. Er zijn instellingen die dergelijke zorg op professionele grondslag aanbieden, maar ook wordt vaak gebruik gemaakt van vrijwilligers en familieleden. De zorg omvat:

  • de lichamelijke (fysieke) verzorging. Hier ligt het accent op het bevorderen van het comfort. Echte medische “behandeling” wordt stopgezet, met uitzondering van pijnbestrijding en andere comfort-verhogende maatregelen. Een van de aspecten van deze vorm van palliatieve zorg is palliatieve sedatie.
  • psychologische zorg. Een aanbod (geen verplichting) in het helpen aanvaarden.
  • omgevingszorg of sociale aspecten. Ook voor de familie (dikwijls de partner) maakt men tijd om het aanvaardings- en rouwproces te verwerken. Ook de materiële aspecten komen hier aan bod (ziekteverzekering, tijdelijke tussenkomst in verblijfskosten van familieleden in of dichtbij bij het ziekenhuis, enzovoort)

Palliatief komt van het Latijnse woord Pallium, dit betekent mantel. In de palliatieve zorg wil men zorg die als een mantel de zieke omgeeft. Het herinnert aan de daad van Martinus van Tours (Sint Maarten) die zijn mantel deelde met een naakte bedelaar.

Pijnbestrijding gaat meestal via een stappenplan. Pijnstillers als paracetamol en ibuprofen vormen hierin de eerste stap. Deze zijn bij vele soorten pijn effectief en hebben weinig bijwerkingen. Als deze niet voldoende (meer) werken, schrijft de arts sterkere pijnstillers voor. Tweede-stapmiddelen zijn codeïne en tramadol. Derde-stapmiddelen zijn de morfineachtige pijnstillers, zoals oxycodon.